Toggle sidebar
14 januari 2019

De opmars van de chief nursing information officer (cnio)

Bijna twintig officiële chief nursing information officers (cnio's) zijn inmiddels in Nederlandse ziekenhuizen aangesteld om de brug te slaan tussen verpleegkundigen aan de ene kant en ‘de wereld van IT’ aan de andere. Zij zijn sinds 2017 verenigd in het landelijk cnio-netwerk, dat in 2018 flink groeide. Registratie aan de bron was eind 2018 te gast bij het netwerk en zag en hoorde betrokken professionals die een missie delen: ervoor zorgen dat verpleegkundigen in hun werk optimaal worden ondersteund door de mogelijkheden die informatisering biedt, zodat patiënten en verpleegkundigen zelf daarvan profiteren.

De opmars van de chief nursing information officer (cnio)

Cnio van het eerste uur, Jacqueline de Leeuw uit het Radboudumc, ziet dat de cnio-functie nog heel verschillend wordt ingericht: ‘De rol en taak van een cnio is afhankelijk van het ambitieniveau van de organisatie en de visie van een Raad van Bestuur of directie op deze functie. Sommige organisaties starten met een verpleegkundige die enkele cnio-achtige taken krijgt, bijvoorbeeld tijdens de voorbereiding en implementatie van een nieuw epd in de organisatie. Soms wordt deze rol na implementatie van het epd weer afgebouwd. Soms wordt de rol doorontwikkeld richting een vaste functie, en gepositioneerd op tactisch/strategisch organisatieniveau, en met uitbreiding van de opdracht en het bijbehorende takenpakket.’

Zo ging dat ook bij Diede Mansens, cnio in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Begon ze haar werk met het oog op de epd-implementatie van 2017, haar functie is inmiddels stevig ingebed: ‘Ik werk veel samen met de chief information officer (cio), de chief medical data officer (cmdo) en vooral met de chief medical information officer (cmio). De cmio en ik bepalen samen het meerjarenbeleidsplan voor digitalisering en informatisering voor de medische en verpleegkundige vakgroepen. We stemmen dat beleid af met de raad van bestuur.’

Mansens is blij met haar strategische plek in de organisatie en benadrukt het belang dat zij hecht aan cnio’s die zelf ook als verpleegkundige hebben gewerkt. ‘In de managementlijnen van ziekenhuizen zitten zo weinig mensen die de kern van het verpleegkundig werkproces kennen. Als cnio moet je het vak kennen, ook uit de praktijk. Alleen dan kun je de wensen en behoeftes van de verpleegkundige vertalen naar mogelijkheden op het gebied van automatisering en digitalisering, en verbeteringen doorvoeren die echt aansluiten.’

De Leeuw vertelt waar zij zoal druk mee is: Ik houd me bezig met de inrichting van het verpleegkundig werkproces in het epd met gestandaardiseerde werkprocessen, geüniformeerde verslaglegging, beslisondersteuning, dashboards en rapportages, de inrichting van de eOverdracht in het epd en dit najaar bijvoorbeeld met de V&VN-pilot Beslisondersteuning in het epd voor pijnzorg en wondzorg.’ Ze onderstreept echter dat verbeteringen niet worden bereikt als alleen aandacht wordt besteed aan het passend krijgen van het softwaresysteem bij bestaande verpleegkundige werkprocessen. Ze stelt: ‘Ook van de menskant wordt een beweging verwacht.’

‘Ik vind het belangrijk dat verpleegkundigen en andere zorgverleners met elkaar nadenken en spreken over hóe zij informatie vastleggen.’ Eenheid van taal is - zo stelt Frida van de Klippe – Van Dam, cnio in het Zwolse Isala - cruciaal, ze is het met De Leeuw eens en vindt dan ook dat ook de verpleegkundige beroepsgroep daarin nu echt stappen moet zetten. ‘Het voelt heel vertrouwd om in vrije tekst vast te leggen, maar we zullen dat gestructureerd moeten doen. Als we samen geïntegreerde zorg willen leveren, dan moeten artsen en verpleegkundigen ook in dezelfde taal vastleggen om goed te kunnen uitwisselen.’

Florian van Hunnik, cnio in OLVG , was in 2018 in veel media aan het woord over de administratielast voor verpleegkundigen. Hij benoemt de wrijving die met standaardiseren ook ontstaat: ‘Standaardiseren wringt soms ook met hoe je als individuele zorgverlener iets wil opschrijven of vastleggen. Het levert wat op, maar je levert ook wat in.’ Van Hunnik ziet in registreren aan de bron een van de oplossingen die bij moeten dragen aan het verminderen van de administratielast en – minstens zo belangrijk – aan het uitwisselbaar maken van gegevens. ‘De tijd is in veel opzichten rijp om de boodschap te laten landen dat eenduidig en eenmalig aan de bron vastleggen noodzaak is. Er is groeiend bewustzijn dat drie keer iets in het dossier vastleggen, ongewenst is.’

Zijn de cnio’s nu nog veel tijd ‘kwijt’ met epd-gerelateerde werkzaamheden, Mansens ziet een toekomst waarin ze zich ook met andere aspecten van informatisering bezig kan houden, zo denkt ze aan modernisering van het oproepsysteem en beeldmonitoring. Andere ziekenhuizen zijn nog niet zover, zij hebben nog geen cnio benoemd. De Leeuw weet echter wel waarom ieder ziekenhuis een cnio zou móeten hebben: ‘Er zijn tolk/vertalers en verbinders nodig die vanuit de verpleegkundige vakgroep met een serviceverlenende IT-afdeling op pad gaan om zo de beste match te krijgen tussen verpleegkundige, taak en systeem. Pas dan gaat IT werken voor de verpleegkundige in plaats van andersom.’

Frida van de Klippe - van Dam is een van de ‘zorgverleners met lef’ die in 2018 door Registratie aan de bron in het zonnetje werden gezet, omdat zij hoort bij de (groeiende groep) zorgverleners met een duidelijke visie op het hoe en waarom van eenduidig en eenmalig vastleggen voor hergebruik.

NFU NVZ Nictiz V&VN Federatie Medisch Specialisten