Veel dataelementen in de zibs zijn voorzien van waardelijsten (valueset). Vaak bestaat zo’n lijst uit een deelset van een grotere codelijst. Bijvoorbeeld de waardelijst AfwijkendAdemhalingspatroon omvat een subset van SNOMED-codes. Het kan voorkomen dat een instelling nog andere waardes van belang vindt. Het is dan toegestaan om deze andere waardes (met bijbehorende code) aan de waardelijst toe te voegen, mits deze uit hetzelfde onderliggende codestelsel komen.

In de nabije toekomst zal van elke waardelijst binnen een zib worden aangegeven of deze “extensible” is of “non-extensible“. In het eerste geval mogen waardes worden toegevoegd, mits afkomstig van hetzelfde onderliggende stelsel, in het tweede geval mag dat niet. Het (eventueel) toevoegen van een waarde aan een “non-extensible” waardelijst moet gebeuren door een wijzigingsvoorstel in te dienen bij het beheersproces van de zibs.

Bij implementaties in de afgelopen tijd is gebleken dat het vaak onduidelijk is hoe met dit concept omgegaan moet worden. Onder andere bevat de zib elementen die over ordermanagement te lijken gaan. Ook wordt verwezen naar andere zibs die qua datum gaan over zaken die al uitgevoerd/gebeurd zijn - terwijl een geplande zorgactiviteit per definitie over iets in de toekomst gaat.

Er is een voorstel om deze zib te laten vervallen, en de onderliggende zibs geschikt te maken om ook toekomstige datums toe te staan. De impact hiervan wordt nu onderzocht.

In de huidige zib Verrichting (v4.1) heeft het dataelement VerrichtingType als valueset de Verrichtingenthesaurus (VT) DHD. De Verrichtingenthesaurus is echter nog onvoldoende breed in gebruik. Van verschillende kanten is daarom de vraag gekomen hoe hiermee omgegaan moet worden.

Binnen het beheerproces van de zibs is daarom besproken om voorlopig meerdere, vigerende valuesets toe te staan, naast de verrichtingenthesaurus: namelijk CBV-codes, NZa-codes en GGZ-verrichtingen. Deze wijziging op de huidige zib Verrichting zal worden gepubliceerd in pre-Publicatie 2018-2.

In het algemeen geldt: het heeft de voorkeur om te werken met valuesets die gebaseerd zijn op SNOMED CT. Op den duur zal het daar ook heengaan.

Zorgverleners hoeven niet alles te weten van de BgZ omdat zij gewoon vastleggen wat voor hen relevant is in het zorgproces. Maar bij het (verder) ontwikkelen van de BgZ zijn zorgverleners wel onmisbaar. De BgZ is een middel om de continuïteit van zorg te verbeteren en gegevensuitwisseling gemakkelijker te maken. Zorgverleners zijn degenen die de relatie leggen bij de BgZ tussen het zorgproces in de praktijk en de informatiebehoefte die daaruit voortkomt.

Zorgprofessionals bepalen het gebruik en het succes van de BgZ.

Chief Medical Information Officers (CMIO’s) en Chief Nursing Information Officers (CNIO’s) zijn dokters en verpleegkundigen die helpen om het belang van digitale ontwikkelingen, zoals de BgZ, te vertalen naar zorgverleners. Wat is de meerwaarde, hoe kunnen collega zorgverleners meer betrokken worden? Ze spelen een belangrijke rol bij het omarmen en uitdragen van de waarde van de BgZ en -breder- de principes van Registratie aan de bron.

Ict-architecten en informatiemanagers slaan de brug tussen de zorg en de techniek en zijn in staat om de wensen, eisen van de zorgverleners op informatieniveau te definiëren in lijn met de principes van Registratie aan de bron, de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg (BgZ). Ict-architecten en informatieanalisten moeten inhoudelijke kennis hebben van wat zibs en de BgZ betekenen in de praktijk en de manier waarop die in het zorgproces een rol kunnen spelen.

Als we eenduidig en eenmalige vastlegging van zorginformatie gemeengoed willen maken, dan is betrokkenheid van zorgbestuurders onmisbaar.

Daarvoor moeten bestuurders inzicht hebben in het gedachtegoed van Registratie aan de bron in het algemeen en de rol die de Basisgegevensset Zorg speelt om focus te geven bij het bereiken van de doelen.

Het is belangrijk dat bestuurders erkennen dat goede, noodzakelijke en betekenisvolle vastlegging van zorginformatie nogal wat vraagt van zorgverleners. Nieuwe technische mogelijkheden vragen om een andere manier van werken. Dat vereist een mentale transitie, ‘training on the job’ en het stroomlijnen van processen.

Ondersteuning van bestuurders is onmisbaar in verschillende vormen: met blijken van waardering voor de zorgverleners die hiermee aan de slag willen en durven gaan als het directe profijt nog niet meteen zichtbaar is. Maar ondersteuning is ook nodig met tijd en geld om de kostbare zorginformatie zo optimaal mogelijk te kunnen organiseren en bij het bepalen van de prioriteiten.

De kosten gaan voor de baat uit. Die baten van eenmalige en eenduidige vastlegging van zorginformatie zijn uiteindelijk heel divers en hebben waarde voor veel andere thema’s zoals: shared decision making, meer eigen regie en betrokkenheid voor de patiënt, betere samenwerking in de keten, patiëntveiligheid, minder registratielast, value based healthcare, de mogelijkheid onderzoek te doen.

Leveranciers van epd’s moeten zorgen dat hun systemen in staat zijn om gegevens volgens de definitie van zorginformatiebouwstenen (zibs) vast te leggen en op te leveren en te importeren. Hun systemen moeten ‘zib-compliant’ zijn.

Leveranciers bouwen de standaarden die nodig zijn voor uitwisseling in de systemen en zorgen er vooral ook voor dat de zorgverleners ondersteund worden in hun werk in het zorgproces doordat het systeem hen functioneel zo goed mogelijk helpt.

De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is ontwikkeld door het programma Registratie aan de bron, waar veel partijen bij betrokken zijn.

De BgZ is belangrijk om het hoofddoel van het programma dichterbij te brengen: zorginformatie in het zorgproces eenmalig en eenduidig vastleggen, zodat informatie kan worden hergebruikt, voor overdracht bijvoorbeeld. De BgZ is ontwikkeld om goede overdracht van de meest gebruikte patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. De BgZ geeft focus bij het implementeren van de principes van Registratie aan de bron.

Registratie aan de bron brengt partijen samen, adviseert en ondersteunt bij de implementatie en concrete (pilot)projecten rond de BgZ.

Een zorginformatiebouwsteen beschrijft nauwkeurig wat er over een bepaald onderwerp van het zorgproces van de patiënt moet worden vastgelegd. Er zijn verschillende zorginformatiebouwstenen, die de informatie over verschillende onderwerpen beschrijven, zoals algemene patiëntkenmerken, (o.a. naam, adres, contactpersonen, gezinssituatie), metingen ter ondersteuning van de zorg (zoals bloeddruk, gewicht, pijnscore), medicatiegebruik, diagnose, verrichtingen, en zorgsituatie (zoals wondzorg, mobiliteit). Alle zorginformatiebouwstenen zijn opgesteld vanuit de gedachte dat de zelfde informatie zowel door artsen, verpleegkundigen, paramedici en patiënten relevant zijn, ieder met hun eigen invalshoek.

Om ervoor te zorgen dat zorgverleners allemaal dezelfde zorginformatie vastleggen, zijn in het programma Registratie aan de bron zorginformatiebouwstenen (zib’s) ontwikkeld. Zib’s worden ingebouwd in elektronische patiëntendossiers. Zorgverleners zien de zib.s niet, maar zien invulvelden die uitnodigen zorginformatie gestructureerd vast te leggen.

Er zijn verschillende soorten standaarden (afspraken):

  1. Afspraken over het (zorg)proces: wanneer, hoe en door wie wordt zorginformatie vastgelegd en/of gebruikt ?
  2. Afspraken over de informatie, die gebruikt of vastgelegd wordt. Het gaat dan om welke informatie-elementen, hoe die gestructureerd zijn en of er sprake is van gecodeerde informatie, bijvoorbeeld in codestelsels.
  3. Afspraken over de manier waarop een applicatie (bijvoorbeeld een EPD) omgaat met de informatie.
  4. Afspraken over techniek en infrastructuur, die nodig zijn om zorginformatie tussen systemen (applicaties) te kunnen versturen, bijvoorbeeld bij het overdragen van informatie.

Eenduidig en eenmalig registreren van zorginformatie in of bij het zorgproces door zorgverleners, en in toenemende mate door patiënten, maakt dat diezelfde informatie kan worden hergebruikt. We noemen dat ‘meervoudig gebruik’. Gegevens worden straks met name opnieuw gebruikt voor:

  1. Toegang geven aan patiënten tot hun eigen zorginformatie; zodat ze die kunnen gebruiken, regie op te voeren en informatie toe te voegen.
  2. Overdracht tussen zorgverleners binnen het umc of daarbuiten.
  3. Aanlevering aan kwaliteitsregistraties.
  4. Patiëntgebonden onderzoek.

Het liefst is naast eenduidigheid van informatie ook sprake van eenmalige registratie. Eenmalige registratie volgt als informatie eenduidig aan de bron is vastgelegd. Eenmalig vastleggen scheelt zowel patiënten als zorgverleners tijd. Daarnaast verhoogt meermalig vastleggen van zorginformatie de kans op verwarring en daardoor fouten.

Zorgverleners kunnen meerdere medische termen gebruiken om eenzelfde aandoening aan te duiden in een medisch dossier. Het is dus cruciaal dat deze medische gegevens eenduidig worden opgeslagen, zodat deze gegevens in geautomatiseerde systemen voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden. Afspraken of zogenoemde ‘standaarden’ maken deze eenduidigheid mogelijk.

Goede zorgdocumentatie hoort bij het professioneel handelen van zorgverleners. Als zorgverleners zorginformatie vastleggen en daarbij gebruik maken van (inter)nationale standaarden, is die informatie ook bruikbaar voor andere doeleinden.

Zorgverleners kunnen meerdere medische termen gebruiken om eenzelfde begrip, zoals een aandoening aan te duiden in een medisch dossier. Vaak gebeurt dat ook nog eens in vrije tekst. Het is cruciaal dat medische informatie eenduidig en gecodeerd worden opgeslagen, zodat deze informatie voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden. Afspraken of zogenoemde ‘standaarden’ over het vastleggen en interpreteren van informatie maken dit meervoudig gebruik mogelijk.

Een patiënt heeft in zijn leven hoe dan ook met (veel) verschillende zorgverleners te maken. Om de beste zorg te leveren, moeten die zorgverleners continu met elkaar afstemmen. Hierbij is het essentieel dat gegevens die worden vastgelegd of uitgewisseld slechts op één manier geïnterpreteerd kunnen worden, zodat elke zorgverlener dezelfde betekenis eraan geeft. Dat noemen we ‘eenheid van taal’. Dat kan alleen als je afspraken met elkaar maakt over het vastleggen van deze gegevens.

Het gebruik van breed gedragen (inter)nationale standaarden is noodzakelijk om gegevens te kunnen overdragen, en voor andere vormen van meervoudig gebruik. We noemen dat eenduidige registratie.

  • zorgverleners:
  1. artsen
  2. verpleegkundigen
  3. paramedici
  • patiënten, in toenemende mate
  • administratief medewerkers

Het programma Registratie aan de bron vindt dat de zorginhoudelijke kant leidend moet zijn in de registratie. Daarom moet het vastleggen gebeuren in of vlakbij het primaire zorgproces, en daarom moet dat vastleggen naadloos aansluiten bij de workflow van de zorgverlener.

In ieder geval moet van iedere patiënt de basisgegevensset worden vastgelegd, vanuit zowel de medische, verpleegkundige en paramedische invalshoek.

Het patiëntendossier bevat zorginformatie van de patiënt die voor iedere zorgverlener relevant is. De informatie is van de patiënt, en niet van een zorgverlener.

Met zorginformatie wordt bedoeld patiëntgerichte, integrale informatie, die nodig is om zorg te verlenen en die wordt vastgelegd in een patiëntendossier.

Patiënten:

  • moeten nu keer op keer hetzelfde moeten vertellen;
  • hebben maar in beperkte mate toegang tot eigen gezondheidszorginformatie.

Zorgverleners:

  • zijn niet op de hoogte van relevante informatie van andere zorgverleners;
  • waardoor besluiten worden genomen op basis van incomplete informatie en integrale zorg bieden wordt bemoeilijkt;
  • moeten daardoor vaak vragen opnieuw stellen en onderzoeken herhalen.

Registratie aan de bron is een initiatief van de Nederlandse Federatie van umc’s (NFU) en Nictiz.

Nictiz brengt - vanuit (inter)nationaal perspectief - informatie in en deelt opgedane kennis en ervaring met andere zorgpartijen. De acht umc’s hebben in 2014 doelen geformuleerd voor 2020.

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) is in 2016 aangesloten, en formuleert doelstellingen voor de algemene ziekenhuizen.

Ook andere zorgbranches, zorginstellingen en individuele zorgverleners tonen belangstelling.

Het programma heeft het streven het principe Registreren aan de bron zorgbreed te verspreiden. De aangesloten zorginstellingen leren daarin van elkaar en worden ondersteund door het programma Registratie aan de Bron. Het programma stimuleert zorgverleners zorgbreed te kiezen voor eenzelfde werkwijze en daarmee voor verspreiding van het principe. Dit gebeurt ondermeer door samenwerkingsprojecten en pilots.

Meedoen betekent dat u vanuit het programma gefaciliteerd wordt met onder andere e-learning programma’s, communicatiematerialen, bijeenkomsten en symposia en de mogelijkheid om kennis en ervaring uit te wisselen met andere deelnemers.

Eenduidig en eenmalig registreren in het zorgproces (‘aan de bron’) voor meervoudig gebruik is het principe van het programma Registratie aan de bron.

Zorginformatie altijd en overal beschikbaar voor patiënten en zorgverleners. Dat wil Registratie aan de bron bereiken door eenduidige en eenmalige registratie dagelijkse praktijk te maken. Daardoor stijgt de kwaliteit van de zorg, vooral die van de overdracht, worden wetenschappelijk onderzoek en het aanleveren aan kwaliteitsregisters eenvoudiger en is zorginformatie voor de patiënt gemakkelijker beschikbaar en te gebruiken.

Please enter the word you see in the image below:

NFU NVZ Nictiz V&VN Federatie Medisch Specialisten