Vraag & antwoord

  • 1. Mag je zelf waardes toevoegen aan waardelijsten (valueset) in zibs?

    Veel dataelementen in de zibs zijn voorzien van waardelijsten (valueset). Vaak bestaat zo’n lijst uit een deelset van een grotere codelijst. Bijvoorbeeld de waardelijst AfwijkendAdemhalingspatroon omvat een subset van SNOMED-codes. Het kan voorkomen dat een instelling nog andere waardes van belang vindt. Het is dan toegestaan om deze andere waardes (met bijbehorende code) aan de waardelijst toe te voegen, mits deze uit hetzelfde onderliggende codestelsel komen.

     

    In de nabije toekomst zal van elke waardelijst binnen een zib worden aangegeven of deze “extensible” is of “non-extensible“. In het eerste geval mogen waardes worden toegevoegd, mits afkomstig van hetzelfde onderliggende stelsel, in het tweede geval mag dat niet. Het (eventueel) toevoegen van een waarde aan een “non-extensible” waardelijst moet gebeuren door een wijzigingsvoorstel in te dienen bij het beheersproces van de zibs.

  • 2. Hoe kan de zib OverdrachtGeplandeZorgactiviteit worden ingezet?

    Bij implementaties in de afgelopen tijd is gebleken dat het vaak onduidelijk is hoe met dit concept omgegaan moet worden. Onder andere bevat de zib elementen die over ordermanagement te lijken gaan. Ook wordt verwezen naar andere zibs die qua datum gaan over zaken die al uitgevoerd/gebeurd zijn - terwijl een geplande zorgactiviteit per definitie over iets in de toekomst gaat.

     

    Er is een voorstel om deze zib te laten vervallen, en de onderliggende zibs geschikt te maken om ook toekomstige datums toe te staan. De impact hiervan wordt nu onderzocht.

  • 3. Hoe gaan we om met het dataelement VerrichtingType nu de VT nog onvoldoende breed wordt gebruikt?

    In de huidige zib Verrichting (v4.1) heeft het dataelement VerrichtingType als valueset de Verrichtingenthesaurus (VT) DHD. De Verrichtingenthesaurus is echter nog onvoldoende breed in gebruik. Van verschillende kanten is daarom de vraag gekomen hoe hiermee omgegaan moet worden.

     

    Binnen het beheerproces van de zibs is daarom besproken om voorlopig meerdere, vigerende valuesets toe te staan, naast de verrichtingenthesaurus: namelijk CBV-codes, NZa-codes en GGZ-verrichtingen. Deze wijziging op de huidige zib Verrichting zal worden gepubliceerd in pre-Publicatie 2018-2.

     

    In het algemeen geldt: het heeft de voorkeur om te werken met valuesets die gebaseerd zijn op SNOMED CT. Op den duur zal het daar ook heengaan.

  • 4. Wat is de rol van zorgprofessionals bij de BgZ?

    Zorgverleners hoeven niet alles te weten van de BgZ omdat zij gewoon vastleggen wat voor hen relevant is in het zorgproces. Maar bij het (verder) ontwikkelen van de BgZ zijn zorgverleners wel onmisbaar. De BgZ is een middel om de continuïteit van zorg te verbeteren en gegevensuitwisseling gemakkelijker te maken. Zorgverleners zijn degenen die de relatie leggen bij de BgZ tussen het zorgproces in de praktijk en de informatiebehoefte die daaruit voortkomt.

     

    Zorgprofessionals bepalen het gebruik en het succes van de BgZ.

  • 5. Wat is de rol van een Chief Medical/Nursing Information Officer (CMIO en CNIO) bij de BgZ?

    Chief Medical Information Officers (CMIO’s) en Chief Nursing Information Officers (CNIO’s) zijn dokters en verpleegkundigen die helpen om het belang van digitale ontwikkelingen, zoals de BgZ, te vertalen naar zorgverleners. Wat is de meerwaarde, hoe kunnen collega zorgverleners meer betrokken worden? Ze spelen een belangrijke rol bij het omarmen en uitdragen van de waarde van de BgZ en -breder- de principes van Registratie aan de bron.

  • 6. Wat is de rol van ict-architecten bij de BgZ?

    Ict-architecten en informatiemanagers slaan de brug tussen de zorg en de techniek en zijn in staat om de wensen, eisen van de zorgverleners op informatieniveau te definiëren in lijn met de principes van Registratie aan de bron, de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg (BgZ). Ict-architecten en informatieanalisten moeten inhoudelijke kennis hebben van wat zibs en de BgZ betekenen in de praktijk en de manier waarop die in het zorgproces een rol kunnen spelen.

  • 7. Wat is de rol van bestuurders bij de BgZ?

    Als we eenduidig en eenmalige vastlegging van zorginformatie gemeengoed willen maken, dan is betrokkenheid van zorgbestuurders onmisbaar.

     

    Daarvoor moeten bestuurders inzicht hebben in het gedachtegoed van Registratie aan de bron in het algemeen en de rol die de Basisgegevensset Zorg speelt om focus te geven bij het bereiken van de doelen.

     

    Het is belangrijk dat bestuurders erkennen dat goede, noodzakelijke en betekenisvolle vastlegging van zorginformatie nogal wat vraagt van zorgverleners. Nieuwe technische mogelijkheden vragen om een andere manier van werken. Dat vereist een mentale transitie, ‘training on the job’ en het stroomlijnen van processen.

     

    Ondersteuning van bestuurders is onmisbaar in verschillende vormen: met blijken van waardering voor de zorgverleners die hiermee aan de slag willen en durven gaan als het directe profijt nog niet meteen zichtbaar is. Maar ondersteuning is ook nodig met tijd en geld om de kostbare zorginformatie zo optimaal mogelijk te kunnen organiseren en bij het bepalen van de prioriteiten.

     

    De kosten gaan voor de baat uit. Die baten van eenmalige en eenduidige vastlegging van zorginformatie zijn uiteindelijk heel divers en hebben waarde voor veel andere thema’s zoals: shared decision making, meer eigen regie en betrokkenheid voor de patiënt, betere samenwerking in de keten, patiëntveiligheid, minder registratielast, value based healthcare, de mogelijkheid onderzoek te doen.

  • 8. Wat is de rol van epd-leveranciers bij de BgZ?

    Leveranciers van epd’s moeten zorgen dat hun systemen in staat zijn om gegevens volgens de definitie van zorginformatiebouwstenen (zibs) vast te leggen en op te leveren en te importeren. Hun systemen moeten ‘zib-compliant’ zijn.

     

    Leveranciers bouwen de standaarden die nodig zijn voor uitwisseling in de systemen en zorgen er vooral ook voor dat de zorgverleners ondersteund worden in hun werk in het zorgproces doordat het systeem hen functioneel zo goed mogelijk helpt.

  • 9. Wat is de rol van Registratie aan de bron bij de BgZ?

    De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is ontwikkeld door het programma Registratie aan de bron, waar veel partijen bij betrokken zijn.

     

    De BgZ is belangrijk om het hoofddoel van het programma dichterbij te brengen: zorginformatie in het zorgproces eenmalig en eenduidig vastleggen, zodat informatie kan worden hergebruikt, voor overdracht bijvoorbeeld. De BgZ is ontwikkeld om goede overdracht van de meest gebruikte patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. De BgZ geeft focus bij het implementeren van de principes van Registratie aan de bron.

     

    Registratie aan de bron brengt partijen samen, adviseert en ondersteunt bij de implementatie en concrete (pilot)projecten rond de BgZ.

  • 10. Hoe ziet een zorginformatiebouwsteen eruit?

    Een zorginformatiebouwsteen beschrijft nauwkeurig wat er over een bepaald onderwerp van het zorgproces van de patiënt moet worden vastgelegd. Er zijn verschillende zorginformatiebouwstenen, die de informatie over verschillende onderwerpen beschrijven, zoals algemene patiëntkenmerken, (o.a. naam, adres, contactpersonen, gezinssituatie), metingen ter ondersteuning van de zorg (zoals bloeddruk, gewicht, pijnscore), medicatiegebruik, diagnose, verrichtingen, en zorgsituatie (zoals wondzorg, mobiliteit). Alle zorginformatiebouwstenen zijn opgesteld vanuit de gedachte dat de zelfde informatie zowel door artsen, verpleegkundigen, paramedici en patiënten relevant zijn, ieder met hun eigen invalshoek.

     

    Meer informatie over zorginformatiebouwstenen is hier terug te vinden:  https://zibs.nl/wiki/ZIB_Hoofdpagina

  • 11. Wat zijn zorginformatiebouwstenen?

    Om ervoor te zorgen dat zorgverleners allemaal dezelfde zorginformatie vastleggen, zijn in het programma Registratie aan de bron zorginformatiebouwstenen (zibs) ontwikkeld. Een zib beschrijft nauwkeurig wat er over een bepaald onderwerp van het zorgproces van de patiënt moet worden vastgelegd. Een zib omvat afspraken over een (medisch) concept, zoals een diagnose of een verrichting. Een zib bestaat uit een aantal elementen.

     

    Zibs worden ingebouwd in elektronische patiëntendossiers. Zorgverleners zien de zibs niet, maar zien invulvelden die uitnodigen zorginformatie gestructureerd vast te leggen.

  • 12. Wat zijn standaarden?

    Er zijn verschillende soorten standaarden (afspraken):

     

    1. Afspraken over het (zorg)proces: wanneer, hoe en door wie wordt zorginformatie vastgelegd en/of gebruikt ? 

     

    2. Afspraken over de informatie, die gebruikt of vastgelegd wordt. Het gaat dan om welke informatie-elementen, hoe die gestructureerd zijn en of er sprake is van gecodeerde informatie, bijvoorbeeld in codestelsels.

     

    3. Afspraken over de manier waarop een applicatie (bijvoorbeeld een epd) omgaat met de informatie. 

     

    4. Afspraken over techniek en infrastructuur, die nodig zijn om zorginformatie tussen systemen (applicaties) te kunnen versturen, bijvoorbeeld bij het overdragen van informatie.

  • 13. Wat is meervoudig gebruik?

    Eenduidig en eenmalig registreren van zorginformatie in of bij het zorgproces door zorgverleners, en in toenemende mate door patiënten, maakt dat diezelfde informatie kan worden hergebruikt. We noemen dat ‘meervoudig gebruik’. Gegevens worden straks met name opnieuw gebruikt voor:

     

    1. Toegang geven aan patiënten tot hun eigen zorginformatie; zodat ze die kunnen gebruiken, regie op te voeren en informatie toe te voegen.

     

    2. Overdracht tussen zorgverleners binnen het umc of daarbuiten.

     

    3. Aanlevering aan kwaliteitsregistraties.

     

    4. Patiëntgebonden onderzoek.

  • 14. Waarom is eenmalig vastleggen belangrijk?

    Het liefst is naast eenduidigheid van informatie ook sprake van eenmalige registratie. Eenmalige registratie volgt als informatie eenduidig aan de bron is vastgelegd. Eenmalig vastleggen scheelt zowel patiënten als zorgverleners tijd. Daarnaast verhoogt meermalig vastleggen van zorginformatie de kans op verwarring en daardoor fouten.

  • 15. Hoe ontstaat eenduidigheid?

    Zorgverleners kunnen meerdere medische termen gebruiken om eenzelfde aandoening aan te duiden in een medisch dossier. Het is dus cruciaal dat deze medische gegevens eenduidig worden opgeslagen, zodat deze gegevens in geautomatiseerde systemen voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden. Afspraken of zogenoemde ‘standaarden’ maken deze eenduidigheid mogelijk.

  • 16. Wat is er voor nodig om zorgverleners eenduidig te laten registreren?

    Goede zorgdocumentatie hoort bij het professioneel handelen van zorgverleners. Als zorgverleners zorginformatie vastleggen en daarbij gebruik maken van (inter)nationale standaarden, is die informatie ook bruikbaar voor andere doeleinden.

  • 17. Waarom is eenduidig registreren belangrijk?

    Zorgverleners kunnen meerdere medische termen gebruiken om eenzelfde begrip, zoals een aandoening aan te duiden in een medisch dossier. Vaak gebeurt dat ook nog eens in vrije tekst. Het eenduidig en gecodeerd opslaan van medische informatie verminderd niet alleen de administratie last, het zorgt er ook voor dat deze informatie voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden. Afspraken of zogenoemde ‘standaarden’ over het vastleggen en interpreteren van informatie maken dit meervoudig gebruik mogelijk.

  • 18. Wat levert eenduidig registreren op?

    Een patiënt heeft in zijn leven hoe dan ook met (veel) verschillende zorgverleners te maken. Om de beste zorg te leveren, moeten die zorgverleners continu met elkaar afstemmen. Hierbij is het essentieel dat gegevens die worden vastgelegd of uitgewisseld slechts op één manier geïnterpreteerd kunnen worden, zodat elke zorgverlener dezelfde betekenis eraan geeft. Dat noemen we ‘eenheid van taal’. Dat kan alleen als je afspraken met elkaar maakt over het vastleggen van deze gegevens.

  • 19. Wat is eenduidig registreren?

    Zorginformatie eenmalig vastleggen in de systemen. Het gebruik van breed gedragen (inter)nationale standaarden is noodzakelijk om gegevens te kunnen overdragen, en voor andere vormen van meervoudig gebruik. We noemen dat eenduidige registratie.

  • 20. Wie leggen zorginformatie vast?

    Zorgverleners: artsen, verpleegkundigen en paramedici 

    Patiënten, in toenemende mate 

    Administratief medewerkers

  • 21. Waarom vastleggen in het zorgproces? (‘aan de bron’)

    Het programma Registratie aan de bron vindt dat de zorginhoudelijke kant leidend moet zijn in de registratie. Daarom moet het vastleggen gebeuren in of vlakbij het primaire zorgproces, en daarom moet dat vastleggen naadloos aansluiten bij de workflow van de zorgverlener.

  • 22. Wat wordt bedoeld met ‘relevante’ zorginformatie?

    In ieder geval moet van iedere patiënt de basisgegevensset (www.registratieaandebron.nl/basisgegevensset-zorg) worden vastgelegd, vanuit zowel de medische, verpleegkundige en paramedische invalshoek.

  • 23. Wat staat er in het patiëntendossier?

    Het patiëntendossier bevat alle zorginformatie van de patiënt die van belang is voor de behandeling. De informatie is van de patiënt, en niet van een zorgverlener.

     

  • 24. Wat is zorginformatie?

    Met zorginformatie wordt bedoeld patiëntgerichte & medische informatie, die nodig is om zorg te verlenen en die wordt vastgelegd in een patiëntendossier.

  • 25. Waarom is dit programma nodig?

    Patiënten:

    • moeten nu keer op keer hetzelfde moeten vertellen;
    • hebben maar in beperkte mate toegang tot eigen gezondheidszorginformatie.

     

    Zorgverleners: 

    • zijn niet op de hoogte van relevante informatie van andere zorgverleners
    • waardoor besluiten worden genomen op basis van incomplete informatie en integrale
    • zorg  bieden wordt bemoeilijkt;
    • moeten daardoor vaak vragen opnieuw stellen en onderzoeken herhalen
    • hebben te maken met extra registratielast doordat dezelfde gegevens meerdere malen
    • vastgelegd worden. 
  • 26. Wie doen er mee?

    Registratie aan de bron is een initiatief van de Nederlandse Federatie van umc’s (NFU) en Nictiz.

     

    Nictiz brengt - vanuit (inter)nationaal perspectief - informatie in en deelt opgedane kennis en ervaring met andere zorgpartijen. De acht umc’s hebben in 2014 doelen geformuleerd voor 2020.

     

    De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) is in 2016 aangesloten, en formuleert doelstellingen voor de algemene ziekenhuizen.

     

    In 2017 Zijn de Federatie Medisch Specialisten en V&VN toegetreden tot het bestuur van het programma.

     

    Ook andere zorgbranches, zorginstellingen en individuele zorgverleners tonen belangstelling.

  • 27. Wat doet het programma Registratie aan de bron?

    Het programma heeft het streven het principe Registreren aan de bron zorgbreed te verspreiden. De aangesloten zorginstellingen leren daarin van elkaar en worden ondersteund door het programma Registratie aan de Bron. Het programma stimuleert zorgverleners zorgbreed te kiezen voor eenzelfde werkwijze en daarmee voor verspreiding van het principe. Dit gebeurt ondermeer door samenwerkingsprojecten en pilots.

     

    Meedoen betekent dat u vanuit het programma gefaciliteerd wordt met onder andere e-learning programma’s, communicatiematerialen, bijeenkomsten en symposia en de mogelijkheid om kennis en ervaring uit te wisselen met andere deelnemers.

  • 28. Wat is Registreren aan de bron?

    Eenduidig en eenmalig registreren in het zorgproces (‘aan de bron’) voor meervoudig gebruik is het principe van het programma Registratie aan de bron.

  • 29. Wat is de missie van Registratie aan de bron?

    Zorginformatie altijd en overal beschikbaar voor patiënten en zorgverleners. Dat wil Registratie aan de bron bereiken door eenduidige en eenmalige registratie dagelijkse praktijk te maken. Daardoor stijgt de kwaliteit van de zorg, vooral die van de overdracht, worden wetenschappelijk onderzoek en het aanleveren aan kwaliteitsregisters eenvoudiger en is zorginformatie voor de patiënt gemakkelijker beschikbaar en te gebruiken.

  • 30. Wat is de Basisgegevensset Zorg (BgZ)?

    De Basisgegevensset Zorg is eigenlijk een ‘patient summary’ van (medische) gegevens waarvan zorgverleners hebben bepaald dat ze van belang zijn voor continuïteit van zorg en specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroepoverstijgend relevant zijn. De BgZ is een beknopt klinisch document dat patiënt en zorgverleners kunnen gebruiken om de continuïteit van zorg te ondersteunen. De BgZ kan dan worden gedeeld of uitgewisseld.

     

    De Basisgegevensset Zorg is een selectie uit alle zorginformatiebouwstenen (zibs). Het model van de zibs zorgt dat zorgverleners gegevens eenduidig vastleggen en onderling kunnen delen en hergebruiken. Bij de BgZ gaat het om een set van gegevens die in vrijwel elke situatie relevant zijn. De BgZ geeft focus bij zorgorganisaties, zorgverleners, leveranciers, overheid en ketenpartners bij de implementatie van zibs in zorgsystemen.

  • 31. Waarom de Basisgegevensset Zorg (BgZ)?

    Het belangrijkste doel van de BgZ is het ondersteunen van continuïteit van zorg.

    De Basisgegevensset Zorg is ontwikkeld om goede overdracht van patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. De BgZ bestaat uit de gegevens die bijna altijd nodig zijn voor continuïteit van zorg.

     

    Een belangrijk ander doel van de BgZ is dat het focus creëert bij het vastleggen van gegevens op een eenduidige en herbruikbare manier, met zorginformatiebouwstenen (zibs) als standaard.De BgZ is een selectie uit alle zorginformatiebouwstenen (zibs). Afspraak met steeds meer partijen is dat de gestandaardiseerde gegevens die onderdeel zijn van de BgZ met voorrang worden geïmplementeerd in Zorginformatiesystemen.

     

    Dat brengt eenduidige vastlegging en meervoudig gebruik van deze patiëntgegevens dichterbij.

  • 32. Wat is het verschil/relatie tussen de BgZ en zibs?

    De Basisgevensset Zorg (BgZ) is een toepassing van de zorginformatiebouwstenen (zibs). De BgZ is opgebouwd uit een set van zibs met patiëntgerelateerde (medische) gegevens waarvan door zorgverleners is bepaald dat die specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroep-overstijgend relevant is en van belang voor de continuïteit van zorg. Voor elke zib is aangegeven hoe die voor de BgZ gevuld moet worden.

  • 33. Wat is er al bereikt rond de BgZ?

    De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is door Registratie aan de bron ontwikkeld om goede overdracht van patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. Maar de BgZ speelt ook een belangrijke rol bij het anders omgaan met zorginformatie en het veranderen van processen in de zorg. Dat betekent dat het niet simpelweg een kwestie is van de BgZ invoeren, maar dat de BgZ ook een middel is voor een verandering die op veel niveaus moet plaatsvinden.

     

    De belangrijkste stap die is gezet, is dat heel veel partijen de BgZ hebben omarmd en hebben afgesproken deze met voorrang te implementeren: zoals de partners van Registratie aan de bron, de deelnemers aan het Informatieberaad Zorg, MedMij. Verder zijn er al veel stappen gezet ‘onder de motorkap’. Voor zorgverleners en patiënten nog niet altijd zichtbaar, maar absolute voorwaarden om digitale uitwisseling van gegevens zorgbreed mogelijk te maken.

     

    Een paar mijlpalen uitgelicht:

    • In juli 2016 is de BgZ vastgesteld door het bestuur van de NFU en vervolgens gepresenteerd in het Informatieberaad Zorg. Daarna zijn steeds meer partijen aan de slag gegaan met de BgZ.
    • Het model van de zibs en de BgZ zijn in januari 2018 door het Informatieberaad (IB) zorg aangewezen als landelijke standaarden voor de uitwisseling van zorginformatie.
    • De BgZ wordt geïmplementeerd in diverse zorginformatiesystemen zoals de epd’s van de umc’s, de epd’s van de algemene ziekenhuizen (ook in het kader van het NVZ VIPP programma), de epd’s van zelfstandige klinieken (in het kader van het ZKN VIPP programma) en de pgo’s die zich aansluiten bij het MedMij afsprakenstelsel.
    • In juni 2018 werd in goede samenwerking met Epic, Chipsoft, Nictiz en Registratie aan de bron overeenstemming bereikt over een technische standaard voor de uitwisseling van de BgZ tussen ziekenhuizen.
    • De implementatie van de Basisgevensset Zorg is in juni 2018 opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord Medisch specialistische zorg 2019-2022.
  • 34. Wat zijn de eerstvolgende stappen omtrent de BgZ?

    Het is belangrijk om nu ervaring op te doen met de BgZ in de praktijk van de zorg. Dat is immers waar het allemaal om gaat. Tot nu toe is het vooral gegaan over wat de BgZ is als dataset, wat het betekent om de BgZ te implementeren in de systemen en de technische implementaties die nodig zijn om de BgZ te kunnen uitwisselen.

     

    Dat zijn allemaal belangrijke voorwaarden’ ‘onder de motorkap’, die ervoor zorgen dat de BgZ nu een nieuwe fase in gaat. Nu gaat het erom wat de BgZ kan betekenen voor de kwaliteit van zorg, voor de patiënt en voor de zorgverlener. Daarvoor is het belangrijk om daarmee in de praktijk aan de slag te gaan door concrete projecten te definiëren waarbij de BgZ in de praktijk wordt gebruikt.

     

    Het project ‘regionale uitwisseling met het Radboudumc en het Jeroen Bosch Ziekenhuis is daar een voorbeeld van. Dit soort projecten geeft goed inzicht in wat de toegevoegde waarde van de BgZ in de praktijk van de zorg kan zijn en wat er mogelijk nog verbeterd kan worden.

    In deze fase zal de BgZ ook meer gaan leven bij zorgverleners en patiënten.

  • 35. Wat draagt de BgZ bij aan betere zorg?

    Het belangrijkste doel van de BgZ is het ondersteunen van continuïteit van zorg in zowel acute als niet-acute situaties. Zorgverleners kunnen gemakkelijker de meest gevraagde patiëntgegevens uitwisselen als de BgZ breed is geïmplementeerd in de zorginformatiesystemen.

     

    Nu gaat uitwisseling van informatie van deze gegevens vaak heel moeizaam, nog via telefoon, fax, brief of mail. Informatie moet handmatig worden overgenomen in het epd, vaak moet lang gewacht worden op complete informatie.

     

    Als een patiënt van elders komt, is met de BgZ veel informatie dan al vastgelegd op een manier die direct ook bruikbaar is voor het eigen epd.

  • 36. Wanneer is uitwisseling van de BgZ op de meeste plaatsen waarschijnlijk mogelijk?

    Op dit moment wordt de BgZ breed geïmplementeerd in verschillende systemen (epd’s). Daadwerkelijke uitwisseling vraagt voor elke specifieke situatie aanvullende afspraken zowel aan de kant van bestuurders en zorgverleners, als aan de kant van de techniek en vooral ook van de leveranciers. Die uitrol zal stap voor stap moeten plaatsvinden. Op verschillende plaatsen wordt er geëxperimenteerd met uitwisseling van de BgZ. Vanuit Registratie aan de bron loopt er bijvoorbeeld een pilot tussen het Jeroen Bosch Ziekenhuis en Radboudumc.

  • 37. Is de BgZ vooral gericht op ziekenhuizen?

    De BgZ is bedoeld voor zorgbreed gebruik. De ontstaansgeschiedenis van de BgZ ligt wel vooral in de tweede lijn, bij de (academische) ziekenhuizen.

     

    Ook de GGZ en verschillende partijen uit de eerste lijn zijn inmiddels geïnteresseerd in het model van zorginformatiebouwstenen (zibs) en de BgZ.

     

    Naarmate er meer ervaring opgedaan wordt met het gebruik van de BgZ ligt het voor de hand dat er op enig moment, op zorgvuldige wijze en in goed overleg met betrokken partijen, aanpassingen gedaan zullen worden om de inhoud van de BgZ nog beter te laten aansluiten op het doel om de BgZ zorgbreed te maken.

  • 38. Wat is het verschil tussen de BgZ en de professionele Samenvatting van de huisarts (via LSP)?

    De professionele samenvatting van de huisarts is een samenvatting van patiëntgegevens uit het huisartsendossier die specifiek gericht is op de waarneemsituatie. Dat wil zeggen voor gebruik op een huisartsenpost (HAP) als een patiënt daar komt in plaats van bij de eigen huisarts. De BgZ heeft zorgbrede uitwisseling als doel.

  • 39. Wat is het verschil tussen de BgZ en de European Patient Summary?

    De BgZ en de European Patient Summary (EPS) zijn beide ‘patientsummaries’, oftewel samenvattingen uit een patiëntendossier. De BgZ is ontwikkeld voor de Nederlandse context, voor de manier waarop zorg in Nederland wordt verleend en vastgesteld met en door Nederlandse zorgverleners.

     

    De EPS is ontwikkeld voor internationaal gebruik in Europa en voor uitwisseling als patiënten reizen tussen landen en zorg nodig hebben in het buitenland. Dat zijn verschillende casussen met een verschillende context. De BgZ is tijdens de ontwikkeling nadrukkelijk gespiegeld aan de EPS met als uitgangspunt dat de EPS afgeleid kan worden van de BgZ.

  • 40. Staat de BgZ vast of komt er nog een specifiekere BgZ per sector?

    De essentie van de BgZ is dat die zorgbreed gelijk is en als zodanig zorgbreed wordt toegepast. Er komt dus geen specifieke BgZ per sector. Naarmate er meer ervaring opgedaan wordt met het gebruik van de BgZ ligt het wel voor de hand dat er op enig moment, op zorgvuldige wijze en in goed overleg met betrokken partijen aanpassingen gedaan zullen worden om de inhoud van de BgZ nog beter te laten aansluiten op het zorgbrede doel.

  • 41. Wat is de inhoud van de BgZ?

    De BgZ bevat 18 onderdelen. Hier vindt u de BgZ – specificatie gebaseerd op zibs release 2017.

  • 42. Hoe kan ik ondersteuning krijgen bij implementatie van de BgZ?

    Vragen over de BgZ kunnen gesteld worden via info@registratieaandebron.nl

    Vragen over zibs en de implementatie in de praktijk, inclusief de specificaties van de technische standaarden (HL7 CDA en FHIR) bij het Zib-centrum van Nictiz.

  • 43. Waarom is codering bij de BgZ zo belangrijk?

    Coderen is absoluut nodig om de systemen zo te kunnen bouwen dat als gegevens uitgewisseld worden tussen verschillende systemen er in alle gevallen dezelfde betekenis aan wordt toegekend. Coderen houdt in dat aan een gegevenselement ‘onder de motorkap’ een specifieke waarde gekoppeld wordt waarover internationaal afspraken zijn gemaakt op basis van zogenaamde terminologie- of codestelsels (bv. LOINC of SNOMED).

     

    Coderen wordt vaak gezien als iets technisch, maar dat hoeft voor een zorgverlener niet zo te voelen. In de praktijk kan een zorgverlener bij het vastleggen van gegevens gebruik maken van lijsten die onder de genoemde motorkap dan gecodeerd worden.

     

    Zo kan bijvoorbeeld bij het vastleggen van tabaksgebruik een keuze gemaakt worden uit een lijst met onder andere de waarden: rookt dagelijks, rook nooit, etc. In het systeem en buiten het zicht van de zorgverlener worden dan SNOMED codes gehangen aan deze waarde. Bij het vastleggen van een diagnose kan bijvoorbeeld de diagnosethesaurus gebruikt worden. Door hieruit een keuze te maken wordt ook weer onder de motorkap hieraan een code gekoppeld die er bij de uitwisseling met andere systemen ervoor zorgt dat dit gegeven in alle gevallen dezelfde betekenis krijgt.

  • 44. Kan een zorgverlener afwijken van de gebruikte codes voor de BgZ?

    Of een zorgverlener kan afwijken van de codelijsten die onderdeel zijn van de zibs en de BgZ is afhankelijk van de manier van implementeren in de systemen zoals de epd’s. het kan dat er redenen zijn om de mogelijkheid te geven af te wijken van de codelijsten voor de BgZ. Maar als er afgeweken wordt is het goed te beseffen dat die gegevens dan niet meer eenduidig uitwisselbaar zijn.

  • 45. Zijn er nog vrije velden bij het vastleggen voor de BgZ?

    De meeste zibs die onderdeel zijn van de BgZ kennen een gegevenselement ‘Toelichting’ dat gebruikt kan worden om vrije tekst toe te voegen.

  • 46. Wat is het verschil tussen de zib specificaties 2015 en 2017?

    Zib publicatie 2015 is een release van de zorginformatiebouwstenen waarmee men in de praktijk aan de slag is gegaan. Nieuwe inzichten en ervaringen leidden tot voorstellen voor aanpassingen van de zibs. In eerste instantie leidde dat tot Zib publicatie 2016 en daarna tot Zib publicatie 2017. Meer informatie over de wijzigingen is te vinden in de documenten Releasenotes Publicatieversie 2016 en Releasenotes Publicatieversie 2017

  • 47. Is er een standaard voor het uitwisselen van de BgZ?

    Er zijn twee standaarden beschikbaar voor het uitwisselen van de BgZ: HL7FHIR en HL7CDA.

    Meer informatie over deze standaarden is te vinden op de website van Nictiz: FHIR en CDA

  • 48. Is de BgZ geschikt voor aanlevering van kwaliteitsregistraties?

    De BgZ kan naar verwachting in veel gevallen ook van waarde zijn bij de aanlevering van gegevens aan kwaliteitsregistraties en zo helpen de registratielast te verminderen. Uit analyses van Registratie aan de bron blijkt dat in theorie een groot deel van de uitvraag gedekt kan worden door de BgZ. De mate waarin dat het geval is, verschilt per registratie en zal zorgvuldig moeten worden bekeken en uitgewerkt.

     

    Dat betekent niet dat de BgZ in dat soort gevallen per se voldoende informatie bevat maar de BgZ kan in veel gevallen een goed uitgangspunt zijn. Daarnaast kunnen altijd aanvullende gegevens, bij voorkeur ook op basis van zibs, aangeleverd worden. Er zullen echter ook registraties zijn die zo specifiek zijn dat de BgZ daar een beperkte of geen rol zal kunnen spelen.

  • 49. Wat moet een zorgverlener vastleggen voor de BgZ?

    Een belangrijk uitgangspunt is dat de zorgverlener alleen gegevens vastlegt die in het kader van het zorgproces relevant zijn.

     

    In de praktijk betekent dit dat een zorgverlener niet bezig is met het vastleggen van de BgZ, maar van het zorgproces. Bepaalde gegevens die door hem/haar worden vastgelegd zullen onderdeel zijn van de BgZ, andere gegevens niet. Dat betekent ook dat een zorgverlener vaak maar een deel van de gegevens van de BgZ zal vastleggen. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat wordt ‘afgedwongen’ dat een zorgverlener alle gegevens van de BgZ vastlegt als dat niet relevant is.

     

    In de praktijk kunnen verschillende zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, paramedici) betrokken zijn bij de zorg voor de patiënt en zullen ze allemaal gegevens in het dossier vastleggen. Elk van deze zorgverleners kan dus gegevens vastleggen die onderdeel zijn van de BgZ. Soms zal de BgZ volledig gevuld zijn, heel vaak niet

  • 50. Wissel je altijd de complete BgZ uit?

    Nee, de BgZ is niet altijd compleet bij het uitwisselen. Zorgverleners leggen alleen vast wat tijdens het zorgproces van belang is. Dat hoeven niet alle onderdelen van de BgZ te zijn. Ook kunnen er privacyredenen zijn waarom bepaalde onderdelen van de BgZ niet uitgewisseld mogen worden.

  • 51. Hoe zit het met privacy van patienten bij uitwisseling van de BgZ?

    Voor uitwisseling van de BgZ in de praktijk zijn altijd aanvullende afspraken nodig, dat geldt ook voor de privacy. Daarbij zijn uiteraard altijd de wettelijke kaders het uitgangspunt.

     

    Zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG ) voorschrijft, zal een Data Privacy Impact Assessment (DPIA ) onderdeel moeten zijn van de implementatie. Per use case zal moeten worden bepaald wat er in die situatie kan en mag worden uitgewisseld.

     

    Ook ontwikkelingen in het kader van de Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg spelen een rol. Die wet gaat onder andere over gespecificeerde patiënttoestemming bij de uitwisseling en verwerking van gegevens.

Wilt u aan de slag in uw eigen organisatie? Onze adviseurs werken dagelijks aan projecten in de praktijk. Zij delen hun ervaring graag met u. Neem daarvoor contact op met Iris Hanegraaf via 0629230817, of stuur haar een mail.
Mail Iris

We horen graag van je.


Het is niet helemaal juist ingevuld, controleer de gemarkeerde velden en probeer het nogmaals.

Momentje...

Bedankt voor je bericht.