Toggle sidebar

Vragen en antwoorden over de Basisgegevensset Zorg (BgZ)

Stel uw vraag

Stel zelf uw vraag aan Registratie aan de bron.

Algemeen

De Basisgegevensset Zorg is eigenlijk een ‘patient summary’ van (medische) gegevens waarvan zorgverleners hebben bepaald dat ze van belang zijn voor continuïteit van zorg en specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroepoverstijgend relevant zijn. De BgZ is een beknopt klinisch document dat patiënt en zorgverleners kunnen gebruiken om de continuïteit van geplande en ongeplande zorg te ondersteunen. De BgZ kan dan worden gedeeld of uitgewisseld.

De BgZ is een selectie uit alle zorginformatiebouwstenen (zibs). Het model van de zibs zorgt dat zorgverleners gegevens eenduidig vastleggen en onderling kunnen delen en hergebruiken. Bij de BgZ gaat het om een set van gegevens die in vrijwel elke situatie relevant zijn.

De BgZ geeft focus bij zorgorganisaties, zorgverleners, leveranciers, overheid en ketenpartners bij de implementatie van zibs in zorgsystemen.

Het belangrijkste doel van de BgZ is het ondersteunen van continuïteit van zorg.

De Basisgegevensset Zorg is ontwikkeld om goede overdracht van patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. De BgZ bestaat uit de gegevens die bijna altijd nodig zijn voor continuïteit van zorg.

Een belangrijk ander doel van de BgZ is dat het focus creëert bij het vastleggen van gegevens op een eenduidige en herbruikbare manier, met zorginformatiebouwstenen (zibs) als standaard.De BgZ is een selectie uit alle zorginformatiebouwstenen (zibs). Afspraak met steeds meer partijen is dat de gestandaardiseerde gegevens die onderdeel zijn van de BgZ met voorrang worden geïmplementeerd in Zorginformatiesystemen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de epd’s van de umc’s in het kader van het programma Registratie aan de bron en de epd’s van de NVZ ziekenhuizen in het kader van het VIPP programma. Daarnaast is ook door het programma MedMij gekozen voor implementatie van de BgZ. Ook de GGZ heeft interesse uitgesproken in de BgZ.

Dat brengt eenduidige vastlegging en meervoudig gebruik van deze patiëntgegevens dichterbij.

De Basisgevensset Zorg (BgZ) is een toepassing van de zoirginformatiebouwstenen (zibs). De BgZ is opgebouwd uit een set van zibs met patiëntgerelateerde (medische) gegevens waarvan door zorgverleners is bepaald dat die specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroep-overstijgend relevant is en van belang voor de continuïteit van zorg.

Voor elke zib is aangegeven hoe die voor de BgZ gevuld moet worden.

De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is door Registratie aan de bron ontwikkeld om goede overdracht van patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. Maar de BgZ speelt ook een belangrijke rol bij het anders omgaan met zorginformatie en het veranderen van processen in de zorg.

Dat betekent dat het niet simpelweg een kwestie is van de BgZ invoeren, maar dat de BgZ ook een middel is voor een verandering die op veel niveaus moet plaatsvinden.

Veel stappen zijn gezet ‘onder de motorkap’. Voor zorgverleners en patiënten nog niet altijd zichtbaar, maar absolute voorwaarden om digitale uitwisseling van gegevens zorgbreed mogelijk te maken.

In juli 2016 is de BgZ vastgesteld door de bestuurders van de umc’s en vervolgens gepresenteerd in het Informatieberaad Zorg. Daarna zijn steeds meer partijen aan de slag gegaan met de BgZ.

Het model van de zibs en de BgZ zijn in januari 2018 door het Informatieberaad (IB) zorg aangewezen als landelijke standaarden voor de uitwisseling van zorginformatie.

De BgZ wordt geïmplementeerd in diverse zorginformatiesystemen zoals de epd’s van de umc’s, de epd’s van de algemene ziekenhuizen (in het kader van het NVZ VIPP programma), de epd’s van zelfstandige klinieken (in het kader van het ZKN VIPP programma) en de pgo’s die zich aansluiten bij het MedMij afsprakenstelsel.

Recent werd ook een bijzonder mijlpaal bereikt die het technisch uitwisselen van de BgZ tussen ziekenhuizen mogelijk moet gaan maken: In goede samenwerking met Epic, Chipsoft, Nictiz en Registratie aan de bron is overeenstemming bereikt over een technische standaard voor de uitwisseling van de BgZ tussen ziekenhuizen.

Het is belangrijk om nu vooral ervaring op te doen met de BgZ in de praktijk van de zorg. Dat is immers waar het allemaal om gaat. Tot nu toe is het vooral gegaan over wat de BgZ is als dataset, wat het betekent om de BgZ te implementeren in de systemen en de technische implementaties die nodig zijn om de BgZ te kunnen uitwisselen.

Dat zijn allemaal belangrijke voorwaarden’ ‘onder de motorkap’, die ervoor zorgen dat de BgZ nu een nieuwe fase in gaat.

Nu gaat het erom wat de BgZ kan betekenen voor de kwaliteit van zorg, voor de patiënt en voor de zorgverlener. Daarvoor is het belangrijk om daarmee in de praktijk aan de slag te gaan door concrete projecten te definiëren waarbij de BgZ in de praktijk wordt gebruikt.

Het project ‘regionale uitwisseling met het Radboudumc en het Jeroen Bosch Ziekenhuis is daar een voorbeeld van. Dit soort projecten geeft goed inzicht in wat de toegevoegde waarde van de BgZ in de praktijk van de zorg kan zijn en wat er mogelijk nog verbeterd kan worden.

In deze fase zal de BgZ ook meer gaan leven bij zorgverleners en patiënten.

Het belangrijkste doel van de BgZ is het ondersteunen van continuïteit van zorg. Zorgverleners kunnen gemakkelijker de meest gevraagde patiëntgegevens uitwisselen als de BgZ breed is geïmplementeerd in de zorginformatiesystemen.

Nu gaat uitwisseling van informatie van deze gegevens vaak heel moeizaam, nog via telefoon, fax, brief of mail. Informatie moet handmatig worden overgenomen in het epd, vaak moet lang gewacht worden op complete informatie.

Als een patiënt van elders komt, is met de BgZ veel informatie dan al vastgelegd op een manier die direct ook bruikbaar is voor het eigen epd. Zowel in acute als niet-acute situaties draagt de BgZ bij aan betere continuïteit van zorg.

Op dit moment wordt de BgZ breed geïmplementeerd in verschillende systemen (epd’s). Daadwerkelijke uitwisseling vraagt voor elke specifieke situatie aanvullende afspraken zowel aan de kant van bestuurders en zorgverleners, als aan de kant van de techniek en vooral ook van de leveranciers. Die uitrol zal stap voor stap moeten plaatsvinden en het is op dit moment niet te voorspellen wanneer een brede uitwisseling realiteit is.

De BgZ is bedoeld voor zorgbreed gebruik. De ontstaansgeschiedenis van de BgZ ligt wel vooral in de tweede lijn, bij de (academische) ziekenhuizen.

Ook de GGZ en verschillende partijen uit de eerste lijn zijn inmiddels geïnteresseerd in het model van zorginformatiebouwstenen (zibs) en de BgZ.

Naarmate er meer ervaring opgedaan wordt met het gebruik van de BgZ ligt het voor de hand dat er op enig moment, op zorgvuldige wijze en in goed overleg met betrokken partijen, aanpassingen gedaan zullen worden om de inhoud van de BgZ nog beter te laten aansluiten op het doel om de BgZ zorgbreed te maken

De professionele samenvatting van de huisarts is een samenvatting van patiëntgegevens uit het huisartsendossier die specifiek gericht is op de waarneemsituatie. Dat wil zeggen voor gebruik op een huisartsenpost (HAP) als een patiënt daar komt in plaats van bij de eigen huisarts. De BgZ heeft zorgbrede uitwisseling als doel.

De BgZ en de European Patient Summary (EPS) zijn beide ‘patientsummaries’, oftewel samenvattingen uit een patiëntendossier. De BgZ is ontwikkeld voor de Nederlandse context, voor de manier waarop zorg in Nederland wordt verleend en vastgesteld met en door Nederlandse zorgverleners. De EPS is ontwikkeld voor internationaal gebruik in Europa en voor uitwisseling als patiënten reizen tussen landen en zorg nodig hebben in het buitenland. Dat zijn verschillende casussen met een verschillende context. De BgZ is tijdens de ontwikkeling nadrukkelijk gespiegeld aan de EPS met als uitgangspunt dat de EPS afgeleid kan worden van de BgZ.

De essentie van de BgZ is dat die zorgbreed gelijk is en als zodanig zorgbreed wordt toegepast. Er komt dus geen specifieke BgZ per sector. Naarmate er meer ervaring opgedaan wordt met het gebruik van de BgZ ligt het wel voor de hand dat er op enig moment, op zorgvuldige wijze en in goed overleg met betrokken partijen aanpassingen gedaan zullen worden om de inhoud van de BgZ nog beter te laten aansluiten op het zorgbrede doel.

De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is ontwikkeld door het programma Registratie aan de bron. Het is een belangrijk middel om het hoofddoel van het programma dichterbij te brengen: als zorginformatie in het zorgproces eenmalig en eenduidig wordt vastgelegd, dan kan die informatie worden hergebruikt, voor overdracht bijvoorbeeld. De BgZ is ontwikkeld om goede overdracht van de meest gebruikte patiëntgegevens zo praktisch en snel mogelijk realiteit te maken. De BgZ geeft focus bij het implementeren van de principes van Registratie aan de bron.

Registratie aan de bron brengt partijen samen, adviseert en ondersteunt bij de implementatie en concrete (pilot)projecten rond de BgZ.

Leveranciers van epd’s moeten zorgen dat hun systemen in staat zijn om gegevens volgens de definitie van zorginformatiebouwstenen (zibs) vast te leggen en op te leveren. Hun systemen moeten ‘zib-compliant’ zijn.

Leveranciers bouwen de standaarden die nodig zijn voor uitwisseling in de systemen en zorgen er vooral ook voor dat de zorgverleners ondersteund worden in hun werk in het zorgproces doordat het systeem hen functioneel zo goed mogelijk helpt.

Ziekenhuisbestuurders moeten inzicht hebben in het gedachtegoed van Registratie aan de bron in het algemeen en de betekenis daarvan voor de BgZ in het bijzonder.

Wat betekent dat voor de praktijk in hun ziekenhuis? Zij maken concrete afspraken over de betrokkenheid en inzet van hun organisatie, de scope van het project, verantwoordelijkheden, financiering en resultaten.

Passages gebruiken uit SKIPR stuk?

Artsen, maar ook verpleegkundigen, moeten heel veel vastleggen, voor veel verschillende doeleinden. Daarover wordt veel geschreven, en bijna evenveel geklaagd. Maar goede vastlegging is nu eenmaal noodzakelijk om bijvoorbeeld value based healthcare praktijk te maken, ook dat is duidelijk. Wat voor ons ook klip en klaar is: de zorgverlener heeft daarbij maximale steun nodig. Steun van bestuurders, van zorgverzekeraars en van de beleidsmakers in Den Haag.

Als we eenduidig en eenmalige vastlegging van zorginformatie gemeengoed willen maken, dan moeten zorgbestuurders erkennen dat dát nogal wat vraagt. Want ja, die EPD’s die zijn er. Maar we weten allemaal dat die niet automatisch ondersteunen in het goed vastleggen van zorginformatie zodat die altijd en overal beschikbaar is voor zorgverleners en patiënten.

Teamwerk Om ervoor te zorgen dat EPD’s helpen, en niet langer als een last worden beschouwd, moet er een aantal dingen gebeuren, zo denken wij. Ten eerste moet het besef indalen dat het EPD niet zo werkt als een papieren dossier. Goed kunnen werken met het EPD vereist training ‘on the job’ door collega’s, vraagt om zoveel als mogelijk stroomlijnen met het zorgproces en het vraagt om teamwerk. Want alleen door afstemming in de keten leggen we informatie vast die betekenis heeft, voor patiënt en zorgverlener.

En dit alles, beste zorgbestuurder, kost tijd en het kost lef. Tijd van alle zorgverleners. En lef van die dokters (en verpleegkundigen) die deze kar in hun organisatie trekken. Het lef om te streven naar innovaties die voor velen nog onmogelijk lijken. Het lef om collega’s aan te spreken op het feit dat de technische mogelijkheden ook vragen om een andere manier van werken.

Deze dokters met lef zien hoe IT de zorgprofessionals kan helpen een beter beeld te krijgen van alle aspecten van de patiënt. En ze zien hoe de IT de patiënt een beter beeld kan geven van zichzelf en zijn eigen zorgproces.
Wij waarderen deze zorgverleners met lef, en vragen u dat ook te doen. Graag in woorden, en in blijken van waardering, maar ook met de zaken die zij echt nodig hebben: tijd en geld om die zo kostbare zorginformatie optimaal te organiseren. De kosten gaan ook hier voor de baten uit. Maar het goede nieuws is: die baten die zijn er wel degelijk! Want als het lukt om die informatie optimaal vast te leggen en het EPD voor de zorgverleners te laten werken, dan heb je ook wat! Goede inzage in de informatie door de patiënt zelf en de betrokken zorgverleners, de mogelijkheid onderzoek te doen op basis van diezelfde data, uitwisseling van informatie met andere zorgverleners van de patiënt, en – speciaal ook voor u – stuurinformatie.

Ict-architecten en informatiemanagers slaan de brug tussen de zorg en de techniek en zijn in staat om de wensen, eisen van de zorgverleners op informatieniveau te definiëren in lijn met de principes van Registratie aan de bron, de zorginformatiebouwstenen (zibs) en de Basisgegevensset Zorg (BgZ). Ict-architecten en informatieanalisten moeten inhoudelijke kennis hebben van wat zibs en de BgZ betekenen in de praktijk en de manier waarop die in het zorgproces een rol kunnen spelen.

Chief Medical Information Officers (CMIO’s) zijn dokters die helpen om het belang van digitale ontwikkelingen, zoals de BgZ te vertalen naar zorgverleners. Wat is de meerwaarde, hoe kunnen collega zorgverleners meer betrokken worden?

Zorgverleners hoeven niet alles te weten van de BgZ omdat zij gewoon vastleggen wat voor hen relevant is in het zorgproces. Maar bij het (verder) ontwikkelen van de BgZ zijn zorgverleners wel onmisbaar. De BgZ is een middel om de continuïteit van zorg te verbeteren en gegevensuitwisseling gemakkelijker te maken. Zorgverleners zijn degenen die de relatie leggen bij de BgZ tussen het zorg zorgproces in de praktijk en de informatiebehoefte die daaruit voortkomt.

Technische implementatie

Vragen over de BgZ kunnen gesteld worden via info@registratieaandebron.nl

Vragen over zibs en de implementatie in de praktijk, inclusief de specificaties van de technische standaarden (HL7 CDA en FHIR) bij het Zib-centrum van Nictiz.

Coderen is absoluut nodig om de systemen zo te kunnen bouwen dat als gegevens uitgewisseld worden tussen verschillende systemen er in alle gevallen dezelfde betekenis aan wordt toegekend. Coderen houdt in dat aan een gegevenselement ‘onder de motorkap’ een specifieke waarde gekoppeld wordt waarover internationaal afspraken zijn gemaakt op basis van zogenaamde terminologie- of codestelsels (bv. LOINC of SNOMED).

Coderen wordt vaak gezien als iets technisch, maar dat hoeft voor een zorgverlener niet zo te voelen. In de praktijk kan een zorgverlener bij het vastleggen van gegevens gebruik maken van lijsten die onder de genoemde motorkap dan gecodeerd worden.

Zo kan bijvoorbeeld bij het vastleggen van tabaksgebruik een keuze gemaakt worden uit een lijst met onder andere de waarden: rookt dagelijks, rook nooit, etc. In het systeem en buiten het zicht van de zorgverlener worden dan SNOMED codes gehangen aan deze waarde. Bij het vastleggen van een diagnose kan bijvoorbeeld de diagnosethesaurus gebruikt worden. Door hieruit een keuze te maken wordt ook weer onder de motorkap hieraan een code gekoppeld die er bij de uitwisseling met andere systemen ervoor zorgt dat dit gegeven in alle gevallen dezelfde betekenis krijgt.

Of een zorgverlener kan afwijken van de codelijsten die onderdeel zijn van de zibs en de BgZ is afhankelijk van de manier van implementeren in de systemen zoals de epd’s. het kan dat er redenen zijn om de mogelijkheid te geven af te wijken van de codelijsten voor de BgZ. Maar als er afgeweken wordt is het goed te beseffen dat die gegevens dan niet meer eenduidig uitwisselbaar zijn.

De meeste zibs die onderdeel zijn van de BgZ kennen een gegevenselement ‘Toelichting’ dat gebruikt kan worden om vrije tekst toe te voegen.

Zib publicatie 2015 is een release van de zorginformatiebouwstenen waarmee men in de praktijk aan de slag is gegaan. Nieuwe inzichten en ervaringen leidden tot voorstellen voor aanpassingen van de zibs. In eerste instantie leidde dat tot Zib publicatie 2016 en daarna tot Zib publicatie 2017. Meer informatie over de wijzigingen is te vinden in de documenten Releasenotes Publicatieversie 2016 en Releasenotes Publicatieversie 2017

Gebruik

Op dit moment wordt de BgZ breed geïmplementeerd in verschillende systemen (epd’s). Daadwerkelijke uitwisseling vraagt voor elke specifieke situatie aanvullende afspraken zowel aan de kant van bestuurders en zorgverleners, als aan de kant van de techniek en vooral ook van de leveranciers. Die uitrol zal stap voor stap moeten plaatsvinden en het is op dit moment niet te voorspellen wanneer een brede uitwisseling realiteit is.

De BgZ kan naar verwachting in veel gevallen ook van waarde zijn bij de aanlevering van gegevens aan kwaliteitsregistraties en zo helpen de registratielast te verminderen. Uit analyses van Registratie aan de bron blijkt dat in theorie een groot deel van de uitvraag gedekt kan worden door de BgZ. De mate waarin dat het geval is, verschilt per registratie en zal zorgvuldig moeten worden bekeken en uitgewerkt.

Dat betekent niet dat de BgZ in dat soort gevallen per se voldoende informatie bevat maar de BgZ kan in veel gevallen een goed uitgangspunt zijn. Daarnaast kunnen altijd aanvullende gegevens, bij voorkeur ook op basis van zibs, aangeleverd worden. Er zullen echter ook registraties zijn die zo specifiek zijn dat de BgZ daar een beperkte of geen rol zal kunnen spelen.

Een belangrijk uitgangspunt is dat de zorgverlener alleen gegevens vastlegt die in het kader van het zorgproces relevant zijn.

In de praktijk betekent dit dat een zorgverlener niet bezig is met het vastleggen van de BgZ, maar van het zorgproces. Bepaalde gegevens die door hem/haar worden vastgelegd zullen onderdeel zijn van de BgZ, andere gegevens niet. Dat betekent ook dat een zorgverlener vaak maar een deel van de gegevens van de BgZ zal vastleggen. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat wordt ‘afgedwongen’ dat een zorgverlener alle gegevens van de BgZ vastlegt als dat niet relevant is.

In de praktijk kunnen verschillende zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, paramedici) betrokken zijn bij de zorg voor de patiënt en zullen ze allemaal gegevens in het dossier vastleggen. Elk van deze zorgverleners kan dus gegevens vastleggen die onderdeel zijn van de BgZ. Soms zal de BgZ volledig gevuld zijn, heel vaak niet.

Nee, de BgZ is niet altijd compleet bij het uitwisselen. Zorgverleners leggen alleen vast wat tijdens het zorgproces van belang is. Dat hoeven niet alle onderdelen van de BgZ te zijn. Ook kunnen er privacyredenen zijn waarom bepaalde onderdelen van de BgZ niet uitgewisseld mogen worden.

Voor uitwisseling van de BgZ in de praktijk zijn altijd aanvullende afspraken nodig, dat geldt ook voor de privacy. Daarbij zijn uiteraard altijd de wettelijke kaders het uitgangspunt.

Zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG ) voorschrijft, zal een Data Privacy Impact Assessment (DPIA ) onderdeel moeten zijn van de implementatie. Per use case zal moeten worden bepaald wat er in die situatie kan en mag worden uitgewisseld.

Ook ontwikkelingen in het kader van de Wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg spelen een rol. Die wet gaat onder andere over gespecificeerde patiënttoestemming bij de uitwisseling en verwerking van gegevens.

Context is in de zorg een belangrijk begrip, ook in relatie tot de BgZ. Voor een juiste interpretatie van de gegevens die onderdeel zijn van de BgZ, is de context van die gegevens essentieel. Zo kan het bijvoorbeeld van belang zijn om te weten welke medicatie wordt gebruikt naar aanleiding van welke diagnose. De BgZ biedt zelf geen context informatie: het is een verzameling van ‘losse’ patiëntgerelateerde gegevens die op een bepaald moment bij elkaar worden gebracht om op dat moment een patient summary, de BgZ, te vormen.

Sommige zorginformatiebouwstenen (zibs) waaruit de BgZ is opgebouwd, geven de mogelijkheid om relaties te leggen en daarmee context aan te brengen. Zowel gebruikte medicatie als diagnoses (problemen) zijn bijvoorbeeld elementen van de BgZ. De zib ‘Medicatieafspraak’ in relatie tot de zib ‘Diagnoses’ geeft enige context over de reden van voorschrijven.

Buiten de contextmogelijkheden die de zibs samen geven, bevat de BgZ geen context. In dat geval zijn samenwerkings- en procesafspraken nodig en/of aanvullende gegevens (bijvoorbeeld in de vorm van een begeleidende brief) om voldoende context te krijgen en de behandeling over te dragen, over te nemen of voort te zetten. Het overdragen van de BgZ, zonder verdere contextinformatie, is vaak niet voldoende voor de continuïteit van zorg.

Please enter the word you see in the image below:

NFU NVZ Nictiz V&VN Federatie Medisch Specialisten